In vergelijking met gras is een beplanting met vaste planten op langere termijn economisch interessant. Maar bovenal zorgen vaste planten voor een aantrekkelijke leefomgeving met hoge biodiversiteitswaarde. Voor succes zijn vooraf juiste keuzes op het gebied van aanleg, sortiment en beheer essentieel.
Extensief onderhoud
In aanleg vragen vaste planten een hogere investering dan gras. Dankzij het extensieve onderhoud wordt dit op langere termijn terugverdiend. Voor een duurzame beplanting zijn de randvoorwaarden: (standplaats)geschikt sortiment, vakkundige aanleg en een beheerstrategie die aansluit op het beoogde beeld.
Bodem
Een vochtdoorlatende, voedzame en onkruidarme bodem vormt de basis. In de praktijk is vaak bodemverbetering nodig, variërend van het inwerken van organische stof tot volledige grondvervanging. Dit komt zowel de structuur als het waterbergend vermogen van de bodem ten goede.
Sortiment
Met variatie in structuur, kleur en bloeitijd ontstaat het hele jaar door een aantrekkelijk straatbeeld. Van het frisse groen in het voorjaar tot het silhouet van planten als Phlomis (brandkruid) in de winter. Voor stedelijke toepassingen is het essentieel dat het gebruikte sortiment bestand is tegen stressfactoren als droogte, hitte, strooizout en incidentele betreding. Er zijn veel geschikte soorten, waaronder Hemerocallis (daglelie), die bestand is tegen zowel strooizout als droogte.
Beheerstrategie
De eenvoudigste en meest effectieve beheerstrategie is het vroeg in het voorjaar maaien van de beplanting. Dit gebeurt bij voorkeur in maart tot begin april, wanneer de planten al circa 10 cm zijn uitgelopen. De beplanting wordt machinaal gemaaid op ongeveer 1 cm hoogte, net boven de groeipunten. De jonge groeipunten worden dus meegemaaid, evenals het oude blad en de verhoute stelen van het vorige bloeiseizoen.
Het maaisel blijft liggen en fungeert als mulch. Deze mulch is rijk aan nutriënten uit het vorige groeiseizoen en draagt bij aan een betere vochthuishouding en een hoger organisch‑stofgehalte van de bodem. Door deze manier van maaien worden de ondergrondse adventiefknoppen gestimuleerd om direct uit te lopen. Hierdoor ontstaat een snelle, dichte hergroei, waardoor onkruid minder kans krijgt en de beplanting zich jaarlijks verjongt. Het gebruikelijke opnemen, scheuren en herplanten na enkele jaren is daardoor niet nodig.
Direct na het maaien wordt een gift organische meststof gegeven om de hergroei te ondersteunen. Wanneer deze bemesting na ongeveer drie maanden is uitgewerkt, neemt de mulch automatisch de voedingsfunctie over.
Het verdere onderhoud bestaat voornamelijk uit regelmatig, ondiep schoffelen met een smal schoffeltje. Dit wordt gedurende het groeiseizoen steeds minder noodzakelijk naarmate de beplanting sluit. Ondiep schoffelen is niet schadelijk: vaste planten zijn vitaal genoeg om lichte beschadiging snel te herstellen. Bovendien wordt door het losmaken van de bovenste bodemlaag de capillaire werking beperkt, waardoor minder water verdampt en meer vocht beschikbaar blijft voor de wortels, een methode die vroeger bekendstond als het ‘waterrondje’.
Deze beheerwijze vraagt wel om een passend sortiment. Soorten als Vinca minor (maagdenpalm) zijn minder geschikt, omdat schoffelen de vastgegroeide ranken los kan trekken. Er zijn echter ruim voldoende alternatieve bodembedekkende vaste planten beschikbaar die wel goed functioneren binnen dit onderhoudsregime.
Tip
Voer onkruidbeheer zoveel mogelijk mechanisch en oppervlakkig uit. Regelmatig ondiep schoffelen houdt de bodem luchtig, beperkt verdamping en versnelt het sluiten van de beplanting. Zo wordt onkruid op een natuurlijke manier onderdrukt en blijft de beplanting langdurig vitaal en onderhoudsarm.











