Inspiratie uit de frontlinie van het groenvak
In elk vakgebied zijn er visionairs die de lat hoger leggen, mensen met een scherpe blik voor planten, een eigenzinnige aanpak en een onuitputtelijke liefde voor groen. In deze rubriek zetten wij de ‘Perennial Pioneers’ in de schijnwerpers: kwekers, ontwerpers en groenexperts die vaste planten en siergrassen op hun eigen, originele manier toepassen.
Wat zijn hun favorieten? Waarom kiezen ze voor deze planten, en hoe verwerken ze ze in hun ontwerpen? Van verrassende combinaties tot slimme onderhoudstips. Ontdek de inspiratie en het vakmanschap van deze groenpioniers.
Als er iemand is die de titel Perennial Pioneer verdient, dan is het wel Piet Oudolf. Wie Oudolf zegt, zegt vaste planten. Hoewel hij ook veel weet van bomen en heesters, zijn het vooral zijn tuinen vol siergrassen en vaste planten waarmee hij wereldwijd naam heeft gemaakt.
Oudolf is een van de bekendste tuinontwerpers ter wereld en geniet internationale faam om zijn vernieuwende, natuurlijke stijl. Zijn indrukwekkende oeuvre omvat iconische projecten zoals de High Line in New York, de Lurie Garden in Chicago en het Millennium Park. Ook dichter bij huis realiseerde hij bijzondere tuinen, waaronder de tuin bij Museum Voorlinden en zijn eigen tuin in Hummelo. Zijn werk wordt gekenmerkt door een schilderachtige opbouw, waarin kleur, textuur en structuur in elk seizoen tot hun recht komen.
Piet begon zijn carrière als hovenier, maar vond in de handel niet de soorten die hij zocht. Daarom startte hij een eigen kwekerij, waarna hij verhuisde naar Hummelo. Daar begon hij samen met zijn vrouw Anja een kwekerij met speciaal geselecteerde planten en een ontwerpbureau. Het ontwerpen werd steeds belangrijker, de uitvoering liet hij uiteindelijk aan anderen over.
Zijn filosofie? De nadruk leggen op planten die de natuurlijke kenmerken van het landschap nabootsen en die passen bij het lokale klimaat en bodemtype. Hiermee heeft hij een enorme invloed gehad op de manier waarop vaste planten gekweekt en toegepast worden. Hij wordt gezien als pionier van het idee dat een tuin of beplanting het hele jaar door interessant moet blijven.
Ook voor Piet is het lastig om favoriete soorten te kiezen. De sfeer van een plek, de grond en de omstandigheden bepalen vaak wat werkt. Maar gelukkig wilde hij toch een selectie met ons delen.
Piet Oudolf aan het woord
Betonica officinalis ‘Hummelo’
“Zonder gêne begin ik met Betonica (vroeger Stachys) officinalis ‘Hummelo’. De naam verwijst natuurlijk naar mijn woonplaats. Deze naam kreeg de plant van de Duitse kweker Ernst Pagels, die hem ontdekte tijdens zijn bezoek en de bloemen vol hommels (‘Hummel’ in het Duits) zag. Het is een sterke, makkelijke plant die rijk bloeit en veel insecten aantrekt. Hij kan in zon en halfschaduw, blijft lang overeind in de winter en heeft ook nog een prachtig silhouet. Kortom: een multifunctionele topper die ik nog altijd veel gebruik.
Monarda bradburiana
Het geslacht Monarda vind ik één van de belangrijkste binnen het vaste plantensortiment. Alles is aantrekkelijk aan de plant. Deze van origine uit het zuidoosten van Noord-Amerika komende soort is bijzonder omdat hij vrijwel geen last heeft van meeldauw. De donkergekleurde stelen en het purperachtige jonge blad zijn prachtige accenten. De zachtroze bloem contrasteert daar mooi mee. Hij wordt zo’n 60 cm hoog en is goed toepasbaar op drogere gronden.
Scutellaria incana
Glidkruid, zoals hij in het Nederlands heet, is een fijne, betrouwbare plant met een niet vaak voorkomende kleur. Hij bloeit in de tweede helft van het jaar, wat hem ideaal maakt om te combineren met siergrassen. Hij is polvormend, grijsgroen en langlevend. Allemaal eigenschappen die ik graag zie in een plant. Ook het winterbeeld is prachtig: de aartjes met zaaddoosjes blijven lang staan. Goed te gebruiken in halfschaduw. In de tuin van galerie Hauser & Wirth heb ik hem bijvoorbeeld gecombineerd met Sporobolus heterolepis.
Amsonia hubrichtii
Niet zozeer de bloemen, maar vooral door de spectaculaire herfstkleur hoort Amsonia hubrichtii bij mijn favorieten. De bijzonder smalle, lijnvormige bladeren kleuren in het najaar felgeel en zorgen voor een opvallend accent in de border. Je moet wel geduld hebben want de plant groeit langzaam. Is dat gelukt dan hou je hem de rest van je leven. Met drie stuks vul je een vierkante meter. Wanneer je een polvormende Geranium in de buurt zet, zal die de jonge plant niet in de weg zitten en geeft ruimte wanneer de Amsonia groeit. In juni verschijnen de hemelsblauwe bloemen. De stevige stengels blijven daarna keurig overeind en bieden structuur, zelfs als omliggende planten steun zoeken.
Serratula seoanei
Mijn beplantingsplannen zijn altijd gericht op een jaarrond interessant en natuurlijk beeld, vooral met een nadruk op de nazomer. Daarom hoort Serratula seoanei er wat mij betreft helemaal bij. Dit fijne plantje, dat familie is van de Aster, heeft donkergroen, fijn ingesneden blad dat ik graag combineer met grover bladige planten. Pas in september begint hij te bloeien met lila-paarse pluizige bloemetjes die lijken op kleine distels. Ze bloeien door tot november, wat een mooi en verfijnd effect geeft laat in het seizoen. De plant wordt ongeveer 40 cm hoog en groeit gestaag uit tot een mooie, niet agressieve pol. Hij houdt van volle zon of halfschaduw.
Sporobolus heterolepis
Natuurlijk kan ik siergrassen niet achterwege laten in mijn favorietenlijst. De Sporobolus is een Noord-Amerikaans grasje dat zowel tegen droogte als tegen natte voeten kan. De luchtige en fijne aartjes geuren op zonnige dagen subtiel naar koriander. Het blad kleurt naar warm roestkleurig/oranje in de herfst wat mooi past bij de laatste bloei van andere nazomerbloeiers zoals Rudbeckia. Je moet in het begin wat geduld hebben maar na een aantal jaren wordt het een mooie stabiele pol. Ideaal voor wadi’s of natuurlijke borders, maar pas op: hij houdt niet van strenge winters.
Sesleria autumnalis
Eigenlijk vind ik alle Sesleria soorten interessant om toe te passen, maar ik heb gekozen voor Sesleria autumnalis. Een veelzijdig siergras dat grote vlakken kan vullen en daarbij niet gewenste kruiden onderdrukt, en als solitair een rustpunt is tussen andere planten. De grijsgroene aren gaan goed samen met koelgekleurde vaste planten zoals Eryngium en Stachys byzantina. Omdat dit siergras wintergroen is en zowel in zon als halfschaduw groeit, gebruik ik het graag in grote borders die niet altijd volle zon krijgen. Zo zorg ik voor eenheid op een groter oppervlakte.
Eragrostis spectabilis
De mooie Nederlandse naam Liefdegras doet zijn naam eer aan. Ik gebruik dit fijn vertakte aartje graag in groepen, omdat het zo’n een stabiele plant is. De bloeiwijze lijkt op die van de hooggroeiende Panicum, maar dan veel lager. Daarom vind ik het ideaal om aan de rand van de border te zetten. Het is een sterke plant die droogte kan verdragen. Sommige zeggen dat hij kortlevend is, maar ik vind dat reuze meevallen, als hij op een doorlatende plek in de volle zon staat. Door zijn fijne structuur combineert de vaste plant mooi met stevige bloemen zoals Echinacea purpurea en paradoxa, Rudbeckia fulgida en Asclepias tuberosa.
Polystichum setiferum ‘Herrenhausen’
Hoewel ik ook van prairiebeplanting houd, kom ik in mijn opdrachten natuurlijk niet alleen zonnige plekken tegen. Voor de kloostertuin bij galerie Hauser & Wirth in Somerset, bijvoorbeeld, koos ik voor deze zachte naaldvaren. Omdat hij wintergroen is, biedt hij het hele jaar door structuur met zijn driedubbel ingesneden blad. Ik zet hem graag solitair, want dan valt hij extra op. Hij groeit op vrijwel alle grondsoorten en wordt ongeveer 40 cm hoog. In combinatie met schaduwminnende grassen zoals Luzula en Carex komt het blad extra mooi uit. Ook Kirengeshoma en schaduwminnende Geraniumsoorten vind ik fijne gezelschappen voor deze varen.
Adiantum pedatum
Een andere favoriet is de Hoefijzervaren, Adiantum pedatum. Waar ik Polystichum vaak solitair inzet, gebruik ik deze juist voor vakbeplanting. Feeëriek bij het uitlopen in het voorjaar vormt zicht gedurende zomer een fijnmazige structuur van deze laagblijvende bodembedekker. Het zonlicht dat tussen de nog niet uitgelopen bomen kruipt, kan er op deze manier mooi op vallen. De plant breidt langzaam uit en leeft lang, maar na het planten heeft hij wel wat tijd nodig om zich te ontwikkelen. Het frisgroene blad contrasteert met breedbladige vaste planten zoals Saruma henryi en ook weer Kirengeshoma, die beiden geel bloeien.
Eupatorium hyssopifolium
Tot slot wil ik nog mijn liefde delen voor Eupatorium hyssopifolium, een bijzondere en vrij onbekende soort Koninginnekruid uit Noord-Amerika. Hij heeft andere eigenschappen dan de bekende Eupatoriumsoorten zoals E. rugosum en E. maculatum. Waar die graag vochtige grond hebben, houdt dit soort van droge plekken. Anders dan de bekende soorten heeft de Eupatorium hyssopifolium smal en lijnvormig blad, net als bij Hyssopus. De bloemschermen zijn vrij vlak en bloeien van augustus tot ver in oktober. Vlak vóór de bloei zijn de knoppen net kleine kraaltjes. Ook het winterbeeld is prima, want de stelen met uitgebloeide bloemen blijven lang staan. Hij wordt goed bezocht door insecten, en dat heeft hij weer gemeen met de andere soorten. Met andere woorden, een vaste plant die meer aandacht verdient.
Tot slot
De lijst van mijn favorieten is lang niet compleet. Er zijn zoveel mooie vaste planten en siergrassen om mee te werken, daar is moeilijk een keuze in te maken. Zoals gezegd, elke situatie vraagt zijn eigen sfeer en gebruik ik weer andere planten. Maar deze gekozen planten hebben allen gemeen dat ze zich heel erg bewezen hebben in hun eigenschappen.”
Meer weten? Bekijk onze gerelateerde artikelen hieronder:


























